Esoterisch Genootschap


van de kring van Verbondenen




Para-forum • Toon onderwerp - Zonneyoga van O.M.A. - Universele Witte Broederschap

Para-forum

Forum over esoterische, spirituele en paranormale zaken

Gebruikersnaam:   Wachtwoord:   Log mij automatisch in bij ieder bezoek  
MEDEDELING: Het Para-forum is vanaf heden gesloten. Er kunnen zich geen nieuwe gebruikers registreren en er kunnen geen nieuwe berichten worden gepost. Zie bericht in het subforum Mededelingen voor meer informatie.
Het is wo, 08/09/2010 12:43

Alle tijden zijn GMT + 1 uur




Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 13 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1, 2
Auteur Bericht
 Berichttitel: Re: Zonneyoga van O.M.A. - Universele Witte Broederschap
BerichtGeplaatst: di, 17/03/2009 08:57 
Offline
Avatar gebruiker

Geregistreerd op: di, 06/09/2005 15:18
Berichten: 403
Woonplaats: Ter Apel
Voor diegene die het interessant vinden om wat dieper op de Theosofische Esoterische leringen over 'de Zon' in te gaan:

Het hart van de zon – een godheid

Uit: Bron van Occultisme - G. de Purucker

De meest mystieke verhandelingen zeggen ons dat de volheid van hem (de zon) zich in de hogere kosmische gebieden bevindt; want daar bestaan een zonnekosmos en een volledig licht, zoals de orakels van de Chaldeeën bevestigen. – Proclus, Over de Timaeus van Plato*

*Cory, Ancient Fragments, blz. 274 (Wizards Bookshelf, 1975, herdruk van de 2de ed., Londen, 1832); vgl. On the Timaeus of Plato, Boek IV, blz. 242.

Elke monadische essentie, elke monade, waar of in welke tijd ook, is een lerende entiteit die altijd vooruitgaat van het minder naar het meer volmaakte. In elk kosmisch manvantara begint ze haar evolutiereis als een niet-zelfbewuste godsvonk, die door alle stadia en ervaringen heengaat die dat manvantara in zich bevat, en ze eindigt die als een geheel vervolmaakte god.

In de loop van onze evolutie in de verschillende kosmische manvantara’s zoals die elkaar opvolgen, is het een deel van onze bestemming tenslotte een luisterrijke zon in de ruimte te worden – meer in het bijzonder zijn ziel of geest, niet zozeer zijn fysieke lichaam, hetzij zichtbaar of onzichtbaar. Elk van die zonnen bestaat uit minder ontwikkelde monaden dan hijzelf, mindere goden en atoom-zielen in vele graden van evolutionaire ontwikkeling.

De geest van onze zon is omgeven door een leger van deze mindere goden die niet zo oud zijn als hijzelf, maar toch zijn het in veel gevallen edele spirituele wezens vergeleken met de mens. Op hun beurt zijn deze jonge goden samengesteld uit andere minder ontwikkelde wezens, hoewel spiritueel van aard; enzovoort, de hele zonnehiërarchie door tot het fysieke lichaam van de zon is bereikt, dat atoom-zielen bevat die uit licht bestaan. Deze atoom-zielen, niet-zelfbewuste godsvonken, evolueren alle voortdurend, en zullen samen met alle andere entiteiten gereed zijn om aan een nieuwe en hogere cyclus van ervaring te beginnen bij de aanvang van het nieuwe zonnemanvantara.

De constitutie van de zon is, evenals die van een mens, opgebouwd uit monaden, uit atoom-zielen, die pelgrims zijn op de wegen van de ruimten van de Ruimte, en elk is in haar hart een god. Daaruit volgt dat wanneer onze zon in verre kosmische tijden iets nog wonderbaarlijkers zal zijn geworden, de atoom-zielen en monaden die nu zijn voertuigen samenstellen – en voor een deel zelfs de fysieke luister vormen die wij zien – zonnen zullen zijn geworden. Onze tegenwoordige zon zal dan de goddelijke essentie zijn die een galactisch universum bezielt; en zijn atoom-zielen en de jongere goden en spirituele wezens die nu bij hem behoren en hem omringen, zullen in dat universum verspreid zijn als sterren en zonnen, nevelvlekken en planeten.

De zon is onstoffelijk in zijn hogere delen. Dat betekent niet dat daar geen stof is, want de zon is omgeven door sluiers van etherische stof die ons zonlicht voortbrengen. Wat we zien is de fysieke uitdrukking of weerspiegeling van een kosmische god – letterlijk.*

*Vgl. De Epinomis, §6, een van de ‘twijfelachtige werken’ van Plato: ‘Want het is mogelijk zich terecht voor te stellen dat de hele zon groter is dan de hele aarde, en dat alle sterren die worden meegevoerd een wonderbaarlijke afmeting bezitten. Laten we dan eens overdenken op welke manier een natuur maakt dat een zo grote massa altijd ronddraait in dezelfde tijd waarin ze nu ronddraait. Ik verzeker u dat een god de oorzaak is en dat het niet op een andere manier mogelijk zou kunnen zijn.’

Het hart van de zon is een deeltje moedersubstantie die zuivere geest is. HPB wijst hierop door een vertrouwelijke toelichting te citeren:

De werkelijke substantie van de verborgen (zon) is een kern van moedersubstantie. Deze is het hart en de voedingsbodem van alle levende en bestaande krachten in ons zonneheelal. Zij is de kern van waaruit al de machten, die ervoor zorgen dat de atomen hun plichten vervullen, zich op hun cyclische reis beginnen te verspreiden; zij is het brandpunt waarin deze ieder elfde jaar in hun zevende essentie weer samenkomen. Indien iemand u vertelt dat hij de zon heeft gezien, lach dan om hem, alsof hij had gezegd dat de zon zich werkelijk voortbeweegt op haar dagelijkse pad. – De Geheime Leer, 1:316-7

Het hart van de zon is een dhyani-boeddha.

Het is niet met elkaar in tegenspraak als we in één adem zeggen dat het hart van de zon een deeltje moedersubstantie is en dat het ook een dhyani-boeddha is. Het geeft slechts twee aspecten weer van dezelfde fundamentele waarheid. Het woord dhyani-boeddha verwijst naar de zonnemonade zelf of de hogere triade van de zonnegod; terwijl de uitdrukking ‘het hart van de zon is een deeltje moedersubstantie’, verwijst naar onze zichtbare bol, bol D van de zonneketen. Dit deeltje moedersubstantie (anders gezegd: geest-stof, pradhana of mulaprakriti) is het substantiële, hoewel spirituele brandpunt waarin en door middel waarvan de dhyani-boeddha van de zon leeft en zijn krachten tot uitdrukking brengt. Evenzo heeft elk van de andere bollen van de zonneketen als zijn spirituele, substantiële hart zo’n deeltje moedersubstantie, door middel waarvan dezelfde zonnemonade zich manifesteert.

Bovendien is iedere bol van onze aardketen de woonplaats en het voertuig van een planeetgeest, en toch vormen alle bollen een eenheid door middel waarvan de nog verder geëvolueerde monade van de hele keten werkt, net zoals in de mens zijn goddelijke monade bestaat in en werkt door alle lagere monaden van zijn constitutie. Ook hier zien we weer de wet van de samengestelde structuur van de natuur, zodat zowel de zonneketen als de aardketen en de mens zelf een microkosmos zijn, die op analoge wijze herhalen wat in de macrokosmos bestaat. Elke bol van de zonneketen is dus een entiteit met zijn eigen zeven element-beginselen, en elke bol wordt bestuurd en bezield door zijn eigen lagere zonnemonade, die niettemin alle onder de leiding en het hoogste toezicht staan van de nog verhevener monade van de zonnegod.

Wat we de zon noemen, is maar een fysieke weerspiegeling, de weerkaatste essentie van de werkelijke zon, die voor ons even onzichtbaar is als lucht. Wat we zien is slechts de spiritueel-elektromagnetische vlam van de werking van de titanische energieën en krachten die de zon in essentie is; en we nemen dit alles waar op het fysieke gebied en verbeelden ons dat het de zon is.* Het is het laagste, grofste aspect van de zon; toch is zelfs dit aspect maar quasi-stoffelijk, of beter gezegd etherisch. Met andere woorden, de zon die wij zien is fysieke stof in haar vijfde, zesde en zevende graad van ijlheid, en dat zijn de drie hoogste graden van stof op dit fysieke kosmische gebied.

*Vgl. De Geheime Leer, 1:596.
Het is misschien interessant hier de volgende passage op te nemen uit het Vishnu-Purana (Boek II, hfst. viii), omdat die overtuigend aantoont dat de oude Ariërs de bolvorm van de aarde kenden en het heliocentrische stelsel onderwezen. Het was in hun tijd echter een geheim tempelleerstuk en werd daarom zorgvuldig versluierd en vaak met opzet tegengesproken.

‘De zon bevindt zich altijd in het midden van de dag, en in alle dvipa’s [continenten] tegenover middernacht, Maitreya. Maar omdat het opgaan en het ondergaan van de zon voortdurend tegenover elkaar plaatsvinden – en evenzo alle windstreken en kruispunten tegenover elkaar staan – Maitreya, spreken de mensen over het opgaan van de zon waar ze hem zien; en waar de zon verdwijnt dat is voor hen het ondergaan. Voor de zon, die altijd op een en dezelfde plaats staat, bestaat er geen ondergaan noch opkomen; want wat opkomen en ondergaan wordt genoemd, is slechts het zien en het niet zien van de zon.’

Het schijnt dat sommige bestudeerders de uitspraak dat de fysieke zon maar een weerspiegeling is van de ware zon, de zonnemonade, letterlijk hebben opgevat, zoals men spreekt over het zien van zijn spiegelbeeld in een spiegel; en ze hebben zo de geheel onjuiste gedachte gekregen dat wat we zien helemaal niet de zon is, maar een soort magische optische weerspiegeling die op een of andere geheimzinnige manier door de werkelijke zon wordt veroorzaakt, die zich ergens anders in de ruimte bevindt! De zon is een weerspiegeling (net zoals de fysieke mens de weerspiegeling is van de innerlijke mens), werkelijk genoeg voor onze fysieke ogen, maar toch niet de werkelijke zon, die onzichtbaar is, een spiritueel wezen, feitelijk een god, en die zich daarom op een veel hoger gebied bevindt dan het fysieke gebied van ons zonneheelal.

Onze zon is de bol D van de zonneketen zoals die zich op ons subgebied voordoet, het vierde van het fysieke gebied van het zonnestelsel. We moeten niet vergeten dat de zonneketen uit zeven of twaalf bollen bestaat, net als onze aardketen. De zonnebol D bestaat daarom in zekere zin op alle subgebieden van het fysieke gebied van het zonnestelsel; met andere woorden, hij heeft een uiterlijke verschijning, een bepaalde vorm en bepaalde eigenschappen en kenmerken die zichtbaar zijn op elk van de zeven subgebieden van dit fysieke gebied, omdat ze daartoe behoren. Ook hier is het zo dat onze zon, zoals hij op elk van die subgebieden verschijnt, een weerspiegeling is van de ware zon op dat subgebied, en hij verlicht op die manier alle verschillende planetaire en andere lichamen die in en op dit fysieke gebied van het zonnestelsel bestaan, of we ze zien of niet.

De zonnebol D is in zijn essentie een brandpunt of een grote hoeveelheid materie van het fysieke gebied, en wel materie in haar hoogste of eerste toestand als we omlaag tellen, of in haar zevende toestand als we omhoog tellen. Deze kern van zeer etherische of zelfs spirituele substantie van het fysieke gebied van het zonnestelsel omgeeft zich met een stralende sluier, haar prakriti, die tot die kern in dezelfde betrekking staat als prakriti tot Brahma. Deze sluier van het zonnehart is daarom de stof van dit fysieke gebied van het zonnestelsel.

Bovendien is deze sluier of tweede verschijningsvorm van het hart van de ware fysieke zon op zijn beurt omgeven door zijn eigen aura of sluier, wat de derde stap omlaag is naar verstoffelijking. Deze derde verschijningsvorm omringt zich eveneens met zijn eigen aurische kleed; en het is deze vierde sluier van het hart of de moedersubstantie van de fysieke zon die wij zien.*

*Vgl. Plotinus, Over de gnostische hypostasen, ix:
‘Niemand zal daarom aannemen dat het licht dat van de zon uitgaat en rondom hem schijnt de zon is. Want dit licht vindt zijn oorsprong in de zon en omringt hem altijd; maar het ene licht komt altijd voort uit het andere dat eraan voorafgaat, tot het ons en de aarde bereikt. Van al het licht echter dat om de zon is, moet men erkennen dat het zijn plaats heeft in iets anders, zodat er vanaf de zon geen tussenruimte zonder substantie kan zijn.’

We kunnen langs dezelfde reeks treden verder afdalen, waarbij elke stap een nieuwe sluier of weerspiegeling betekent, tot we het zevende en laatste stadium van de fysieke zon bereiken, dat ver beneden ons eigen vierde subgebied van het fysieke gebied van ons zonnestelsel ligt en daarom net zover buiten ons waarnemingsvermogen als de hoogste substantie van de zon.

Vanuit een ander standpunt kunnen we de weerspiegeling van de fysieke zon die we zien, beschouwen als zijn aura; d.w.z. als zijn vitale fluïdum dat hem omringt en omsluit, zodat het ons een bol van luisterrijk licht toeschijnt. In feite kunnen we zeggen dat het die laag van het aurische ei van de zon is, die zich op hetzelfde subgebied bevindt als waarop onze aarde en wij als fysieke mensen ons bevinden.

Wat ik heb gezegd over de zonnebol D geldt, mutatis mutandis, voor elk van de zeven (of twaalf) bollen van de zonneketen. Elk heeft dezelfde reeks verschijningsvormen of sluiers op het kosmische gebied waarop hij zich bevindt.

Deze leringen had HPB in gedachten toen ze de volgende passage citeerde uit de vertrouwelijke toelichting waarover ik eerder al sprak:

Materie of substantie is zowel in onze wereld als daarbuiten zevenvoudig. Bovendien is elk van haar toestanden of beginselen in zeven graden van dichtheid verdeeld. Surya (de zon) toont in zijn zichtbare weerspiegeling de eerste of laagste toestand van de zevende of hoogste staat van de alomtegenwoordigheid, de allerzuiverste, de eerste gemanifesteerde adem van het steeds ongemanifesteerde sat (het Zijn). Alle centrale fysieke of objectieve zonnen zijn naar hun substantie de laagste toestand van het eerste beginsel van de adem. Geen enkele van deze is meer dan de weerspiegeling van zijn beginselen, die voor ieders blik zijn verborgen, behalve voor die van de dhyani-chohans, van wie de lichaamssubstantie behoort tot de vijfde afdeling van het zevende beginsel van de moedersubstantie en daarom vier graden hoger ligt dan de weerspiegelde zonnesubstantie. Evenals er zeven dhatu’s (hoofdsubstanties in het menselijke lichaam) zijn, zijn er ook zeven krachten in de mens en in de hele Natuur.’ – De Geheime Leer, 1:316

K. H. zinspeelt op dezelfde feiten in De Mahatma Brieven, blz. 177-9:

Wat u de zon noemt is in feite niets anders dan een weerspiegeling van de reusachtige ‘voorraadschuur’ van ons stelsel, waarin al zijn krachten worden opgewekt en bewaard; omdat de zon het hart en het brein is van ons dwergheelal, zouden we zijn faculae – die miljoenen kleine, intens schitterende lichamen waaruit het oppervlak van de zon buiten de vlekken bestaat – kunnen vergelijken met de bloedlichaampjes van die lichtbol, hoewel enkele ervan, zoals de wetenschap terecht veronderstelt, zo groot zijn als Europa. Die bloedlichaampjes zijn elektrische en magnetische stof in haar zesde en zevende toestand. . . . Wij weten dat de onzichtbare zon is samengesteld uit dat wat noch een naam heeft, noch kan worden vergeleken met iets dat aan uw wetenschap bekend is – op aarde; en dat zijn ‘weerspiegeling’ nog minder zoiets bevat als ‘gassen’, minerale stof, of vuur, hoewel zelfs wij, als we er in uw beschaafde taal over spreken, gedwongen zijn zulke uitdrukkingen te gebruiken als ‘damp’ en ‘magnetische stof’. . . . De zon is noch vast, noch vloeibaar, noch zelfs een gloeiend gasvormig lichaam, maar een reusachtige bol van elektromagnetische krachten, de voorraadschuur van universeel leven en universele beweging, vanwaar deze in alle richtingen pulseren, en zowel het kleinste atoom als het grootste genie tot aan het einde van het mahayuga met hetzelfde materiaal voeden.

De tijd is misschien niet meer zover verwijderd dat de wetenschap zal ontdekken dat het binnenste van de verschillende zonnen helemaal niet in een toestand van onbegrijpelijke intense hitte verkeert, hoewel het waarschijnlijk wel waar is dat de buitenste etherische lagen van de zon zelf een zekere hoeveelheid warmte bezitten, als gevolg van scheikundige processen. Het hart van een zon is een hoogst verbazingwekkend alchemistisch laboratorium, waarin de moleculen, atomen en elektronen veranderingen ondergaan die men onmogelijk in een van onze scheikundige werkplaatsen kan reproduceren.* Het inwendige van de zonnen is niet een denkbeeldige, oververhitte smeltoven van chemische, alchemistische of andere aard, en in de toekomst zal deze grote waarheid in het denken van onze wetenschappers postvatten. Elke zon is het uiterlijke voertuig van een inwonende, spirituele en intellectuele tegenwoordigheid – de zonnelogos – die zijn verheven woonplaats heeft in de verborgen schuilhoeken van de zonneketen. Onze zon is een kosmisch atoom en wordt, evenals elk atoom op uiterst kleine schaal, bezield door zijn eigen spiritueel-intellectuele ‘levensatoom’, in de kern waarvan een goddelijke monade van stellaire oorsprong en aard verblijft.

*Vgl. HPB’s antwoord op de vraag, ‘Is the sun merely a cooling mass?’ [Is de zon niet meer dan een afkoelende massa?] gepubliceerd in The Theosophist, september 1883, blz. 299-301; CW 5:155-163.

Bron van het Occultisme, blz. 325-31

© 2006 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag

_________________
- Amor Omnia Vincit -
- Liefde overwint alles -


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Zonneyoga van O.M.A. - Universele Witte Broederschap
BerichtGeplaatst: di, 17/03/2009 09:00 
Offline
Avatar gebruiker

Geregistreerd op: di, 06/09/2005 15:18
Berichten: 403
Woonplaats: Ter Apel
Nog wat Theosofische informatie van G. de Purucker over de verborgen betekenis van 'de Zon':

Het triadische leven van Vader Zon

Uit: Bron van Occultisme - G. de Purucker

Men moet bedenken dat in iedere kosmogonie een drie-eenheid van werkers aan het hoofd staat – Vader, geest; Moeder, natuur of stof; en het gemanifesteerde heelal, de Zoon of het gevolg van die twee.
– Isis Ontsluierd [Isis Unveiled, 2:420-1]

Het leven van de zon, als eenheid beschouwd, bezielt zijn hele rijk met de vitale emanaties die van alle delen van de zonneketen uitgaan. Dit zonneleven kunnen we voorlopig als zevenvoudig beschouwen; de hogere drie aspecten of gebieden zijn spiritueel en de lagere vier gebieden etherisch, en daarvan zijn de laagste delen duidelijk fysiek van aard. De hogere drie aspecten van leven-bewustzijn van de zon worden vaak Brahma-Vishnu-Siva genoemd, wat in de menselijke beginselen overeenkomt met atman-buddhi-manas. Deze triade is daarom betrekkelijk arupa, vloeit zelf voort uit de hoogste delen van de constitutie van de zon en vormt zo het volledige tienvoudige (of eigenlijk twaalfvoudige) zonnewezen.

Een dergelijke triade, waarvan gewoonlijk wordt gezegd dat ze in essentie solair is, was in alle oude religies en filosofische stelsels bekend; en er werden verschillende namen aan gegeven. Deze verschillende triaden hebben niet allemaal betrekking op dezelfde kosmische gebieden; niettemin komt een lagere triade op haar eigen gebieden overeen met een triade die men zich op hogere gebieden kan denken. De Egyptische triade Osiris-Isis-Horus bijvoorbeeld, komt in veel opzichten overeen met de hindoetriade Brahma-Vishnu-Siva en ook met de christelijke drie-eenheid. Toch heeft deze laatste triade een grotere overeenkomst – en dat geldt voor elk van de drie gebieden ervan – met Parabrahman-mulaprakriti, Brahman-pradhana, en Brahma (Purusha)-prakriti van de hindoefilosofie: de Vader komt overeen met Parabrahman-mulaprakriti; de Heilige Geest met Brahman-pradhana, en de Zoon met Brahma (Purusha)-prakriti.

Terloops kan worden opgemerkt dat deze volgorde van de zogenaamde emanatie van de drie-eenheid Vader-Heilige Geest-Zoon – uit het prilste christelijke denken stamt, waaraan de Grieks-orthodoxe kerk, trouw aan de heidense traditie waaruit het christendom voortkwam, zich altijd heeft gehouden. De Kerk van Rome echter heeft zelfs al heel vroeg de voorkeur eraan gegeven de laatste twee personen van de drie-eenheid te beschouwen als voortgekomen uit de Vader, en wel in de volgorde eerst de Zoon en dan de Heilige Geest, wat door de diverse kerken in het westen is aangenomen. Dit verschil in standpunt was een van de voornaamste redenen van het theologische schisma tussen de Grieks-orthodoxe en de Roomse Kerk en heeft de filioque-controverse doen ontstaan – een Latijns woord dat ‘en uit de zoon’ betekent – waarbij de gedachte was dat de Heilige Geest uit de Vader en uit de Zoon voortkwam.

Al deze triaden zijn in feite zonnetriaden wanneer ze juist worden begrepen. Parabrahman-mulaprakriti en eveneens de Vader van de christelijke drie-eenheid zijn in feite de eerste kosmische logos; Brahman-pradhana en ook de Heilige Geest zijn de tweede kosmische logos; en Brahma (Purusha)-prakriti en de Zoon zijn de derde kosmische logos. Anderzijds heeft de Egyptische triade Osiris-Isis-Horus haar oorsprong in of emaneert uit de derde kosmische logos, evenals de hindoetriade Brahma-Vishnu-Siva.

Deze opmerkingen worden alleen gemaakt om aan te tonen dat er een reeks nauwkeurige overeenkomsten bestaat tussen de zonnegoden zoals die bij diverse oude volkeren werden onderwezen. Ook al hebben al deze triaden alleen betrekking op ons zonnestelsel, ze zouden met evenveel recht kunnen worden toegepast op het universele zonnestelsel; in dat geval moet men ze zich natuurlijk als veel groter en verhevener voorstellen.

De feiten van de natuur gelden voor verschillende gebieden, en het stelsel van triaden is evenzeer een feit op de goddelijke en spirituele als op de verstandelijke gebieden. Wanneer we ze echter in gedachten rechtstreeks toepassen op ons zonnestelsel, kunnen we zien dat al deze triaden, zoals ze in hun respectieve tijdperken en landen werden vereerd, in feite dezelfde zonnetriade zijn onder verschillende namen, en dat ze zijn voortgekomen uit de derde kosmische logos, de derde logos van ons zonnestelsel. Naar analogie van de structuur van het heelal bestaat de triade in de menselijke constitutie dan uit: atman, atman-buddhi, buddhi-manas.

Al zulke triadische eenheden zijn weerspiegelingen of analoge herhalingen van de nog hogere kosmische triade die, door haar diep abstracte karakter, zelden of nooit door het volk zo werd vereerd als deze weerspiegelingen. Naar deze hoogste kosmische triade werd slechts af en toe verwezen, zoals door Pythagoras toen hij over de kosmische monade zei dat ze eeuwig in ‘stilte en duisternis’ is gehuld, waarmee hij bedoelde dat ze het gewone menselijke bevattingsvermogen te boven gaat.

Ter illustratie: elke kosmos of elk heelal is een wezen met tien beginselen, waarvan de hoogste drie beginselen de hemelse triade vormen, waaruit de lagere zeven (of de gemanifesteerde eenheden) van de tien emaneren. Deze zeven bestaan op hun beurt uit een hogere triade en een lager viertal – en de Ouden hadden juist deze hogere triade voor ogen wanneer ze spraken over hun triadische godheden, zoals Brahma-Vishnu-Siva, Osiris-Isis-Horus, Vader-Heilige Geest-Zoon. Deze tweede triade wordt dus gezien als de weerspiegeling van de eerste of hemelse triade van een kosmos of Brahmanda.

Het is van belang op te merken dat de aard van de tweede persoon van praktisch elk van deze triaden in de exoterische religies en mythologieën als vrouwelijk werd afgeschilderd, zoals Isis in de Egyptische triade. In feite waren deze vrouwelijke eigenschappen van de tweede persoon oorspronkelijk ook van toepassing op de christelijke drie-eenheid, want hoewel de Heilige Geest in naam of titel schijnbaar mannelijk was, werd deze oorspronkelijk als een vrouwelijke kosmische kracht of invloed beschouwd.14 Pas toen het christendom dogmatisch werd en in theologische vormen verstarde, werd de vrouwelijke aard van de tweede persoon duidelijk vermannelijkt.

Hoewel Vishnu in de hindoetriade Brahma-Vishnu-Siva gewoonlijk als het prototype van een mannelijke godheid wordt beschouwd, zijn veel van zijn kenmerken en functies vrouwelijk, zodat de geest van die gedachte overheerst ondanks het feit dat het geslacht van de naam van de tweede persoon mannelijk is.

Deze verschillende triaden kunnen worden beschouwd als de vrouwelijke geest die emaneert uit de eerste persoon en die op haar beurt, omdat ze vervuld is van de zaden van boven, de derde persoon geboren doet worden; of als drie gelijkwaardige en op elkaar inwerkende aspecten van het kosmische leven. Zo kunnen we zeggen dat in de menselijke constitutie buddhi emaneert uit atman en vervolgens op haar beurt manas geboren doet worden; of dat ze alle drie – atman, buddhi, manas – gecoördineerd handelen en tegelijkertijd de hogere triade van de mens zijn. De eerste manier toont hun oorspronkelijke ontstaan, de tweede hoe ze als een eenheid samenwerken.

Het triadische leven van het zonnestelsel openbaart zich als Vader Zon, en ons zonnestelsel is in zijn totaliteit een zonnemonade, waarvan de zon het hart is. Vader Zon is het spirituele deel van dat hart. Het is deze drievoudige spirituele energie die de zon voortbrengt; het is niet de zon die haar doet ontstaan. Hoewel de zonnegod zich manifesteert door zijn keten van twaalf bollen, woont hij ook in het hart van elk van hen afzonderlijk, ongeveer zoals de menselijke ziel afzonderlijk woont in de kern van de mens.

Vader Zon is een geschikte uitdrukking die verscheidene punten van de leer op bevredigende wijze beschrijft. Niet alleen doelt ze rechtstreeks op de zonnegodheid van ons zonnestelsel, maar ze kan ook bij bepaalde gelegenheden worden gebruikt voor wat HPB de ‘astrologische ster’ van een mens noemde:*

*De Geheime Leer, 1:632-3.

De ster waaronder een mens wordt geboren, zal volgens de occulte leer altijd zijn ster blijven tijdens de hele cyclus van zijn incarnaties in één manvantara. Maar dit is niet zijn astrologische ster. De laatstgenoemde heeft betrekking op en is verbonden met de persoonlijkheid, de eerstgenoemde met de individualiteit. De ‘engel’ van die ster of de dhyani-boeddha zal òf de leidende òf eenvoudig de aan het hoofd staande ‘engel’ zijn bij elke nieuwe wedergeboorte van de monade, die deel uitmaakt van zijn eigen essentie, hoewel zijn voertuig, de mens, voor altijd onbekend met dit feit kan blijven.

De spirituele ster daarentegen, ‘de ster waaronder een mens wordt geboren’, houdt een verheven mysterie in. Met die zon of ster in ons thuisheelal of de melkweg, waarvan de goddelijke monade van de mens het voortbrengsel is, is de mens dus gedurende de bijna oneindige periode van het galactische manvantara door zeer nauwe spirituele banden verbonden.

Bij andere gelegenheden heb ik, wanneer ik over de zonnegodheid sprak, de uitdrukking Vader Zon gebruikt in verband met de reis van de spirituele monade tijdens de buitenronden in, door en vanuit de zonneketen, die al zijn bollen omvat. Zoals de menselijke vader in zijn lichaam de passerende levenskiem bevat, die in de geschikte omgeving het begin wordt van het lichaam van het kind in wording, zo neemt de zon alle spirituele en ook andere monaden in zijn rijk (en dat geldt eveneens voor bol D van de zonneketen, onze zichtbare zon) in zich op en stuurt deze na verloop van tijd weer uit om hun buitenronden langs de circulaties in de kosmos te voltooien. Voorzover het de zichtbare bol van onze zon betreft, komen deze stromen van levens of monaden binnen door zijn noordpool en worden ze via de zonnevlekken weer uit zijn hart uitgestoten.

Het hart van Vader Zon is een straal van het absolute, waarbij we het woord ‘absoluut’ in de theosofische betekenis gebruiken. Als Vader Zon de volle invloed en macht van deze goddelijke straal kon manifesteren, dan zou hij alle vermogens en alle krachten bezitten die het heelal bevat. Niet alleen Vader Zon, maar ieder mens heeft deze goddelijke straal in zich; en dat is zijn innerlijke god. Wat we in het geval van de zon zien is slechts het fysieke omhulsel, een bol van kosmische krachten, elektriciteit en superelektriciteit. Een zon is ook vol psychische en spirituele krachten, die elk bij zijn eigen gebied horen, want er is een innerlijke zon en een uiterlijke zon.

Deze zonnegod is de spirituele en verstandelijke ouder van de talloze menigten van entiteiten in het hele zonnestelsel. Daaruit kwamen wij in het verre, verre verleden voort; en daarheen zullen we terugkeren in de zeer verre toekomst, wanneer het einde van de evolutieperiode van ons zonnestelsel nadert. Wanneer het laatste kosmische moment aanbreekt, zal het hele zonnestelsel – goden, monaden, en atomen, zon, planeten, en de diverse manen, zoals die dan bestaan – plotseling verdwijnen als een schaduw die over een witte muur glijdt en niet meer wordt gezien.

De oorzaak van dit alles is het terugtrekken van de vitaliteit uit elke atomaire entiteit in het hele gebied van de zonnekosmos; en wanneer de vitaliteit eenmaal is verdwenen, valt de hele structuur uiteen, ze verdwijnt, en het zonnestelsel met al zijn menigten entiteiten komt in paranirvana.* Daar blijft het tot de kosmische klok het uur aangeeft waarop een nieuw zonnestelsel uit de schoot van de Ruimte tevoorschijn zal komen – het kind, het wederbelichaamde wezen, het karmische gevolg van het zonnestelsel dat was.

*Wanneer wetenschappers speculeren over het veronderstelde sterven van de zon en zich afvragen wanneer hij door verlies van warmte zal uitdoven, zoals zij denken, zouden ze misschien een paar aanwijzingen kunnen vinden in de woorden van HPB:

‘Nee, zeggen we; nee, zolang er nog één mens is achtergebleven op aarde zal de zon niet worden gedoofd. Voordat het uur van de ‘zonnepralaya’ aanbreekt op de wachttoren van de eeuwigheid, zullen alle andere werelden van ons stelsel in hun schimmige omhulsels langs de stille wegen van de eindeloze ruimte bewegen. Vóór het aanbreekt zal Atlas, de machtige Titaan, de zoon van Azië en de voedsterling van Aether, zijn zware manvantarische last hebben laten vallen en – zijn gestorven; de Pleiaden, de zeven stralende zusters, zullen na de zich verborgen houdende Sterope [Merope] te hebben gewekt om met hen te treuren – zelf moeten sterven om het verlies van hun vader. En Hercules zal door het verplaatsen van zijn linkerbeen, in de hemelen van plaats moeten veranderen en zijn eigen brandstapel moeten oprichten. Pas dan, omringd door het vurige element dat door de toenemende duisternis van de pralayische schemering breekt, zal Hercules, terwijl hij de laatste adem uitblaast te midden van een algehele vuurzee, eveneens de dood van onze zon teweegbrengen: door heen te gaan zal hij de ‘centrale zon’ – het mysterieuze, het altijd verborgen centrum van aantrekking van onze zon en ons stelsel – hebben ontsluierd. Fabeltjes? Zuiver dichterlijke fantasie? Maar wanneer men weet dat de meest exacte wetenschappen, de grootste wiskundige en astronomische waarheden door de ingewijde priesters, de hiërofanten van het sanctum sanctorum van de oude tempels, in de vorm van religieuze fabels de wereld werden ingezonden naar het grote publiek, is het misschien niet zo verkeerd om zelfs onder de resten van deze harlekinade van de verbeelding naar universele waarheden te zoeken.’
– The Theosophist, sept. 1883, blz. 301; CW 5:162-3

In zijn verhandeling Over Isis en Osiris (ix) vertelt Plutarchus, de oude Griekse filosoof, biograaf en ingewijde, eens priester van de Delphische Apollo, dat boven de poort van de tempel van Isis in Egypte de volgende mystieke woorden in onverwoestbare steen waren gegraveerd:15

[Isis] ben ik; al wat was, al wat is, al wat ooit zijn zal. En geen sterveling heeft ooit mijn kleed weggenomen.

Zoals men zal opmerken, verschilt onze weergave van deze beroemde inscriptie enigszins van de wijze waarop die gewoonlijk wordt gegeven: ‘. . . en geen sterveling heeft ooit mijn sluier opgelicht’. Dit is een belangrijk verschil, omdat het een nieuwe betekenis geeft aan de Griekse zin die werkelijk dichter bij de diep esoterische betekenis komt van deze koninklijke uitspraak. Het is opmerkelijk dat bij Plutarchus deze inscriptie eindigt met de woorden ‘mijn kleed weggenomen’, terwijl Proclus, de bekende neoplatonische filosoof, zegt dat ze ook nog de volgende woorden bevatte:*

*Naar Engelse vert. Thomas Taylor, On the Timaeus of Plato, Boek I, blz. 82.

De vrucht die ik voortbracht werd de zon.

Men kan deze uitspraak op twee manieren verklaren. De eerste is dat de eeuwige wijsheid of sophia, die er altijd was, er nu is en er altijd zal zijn, de moeder-maagd is van de ingewijden: een altijd vruchtbare moeder, die altijd een voortdurende en ononderbroken reeks op een boeddha lijkende mensen voortbrengt. Dat is de oude wijsheid, een altijd blijvende wijsheid, een voorstelling in menselijke woorden van de werking, structuur en ware aard van het heelal – goddelijk, spiritueel, astraal en fysiek. Zo was de mystieke Isis.

Wat is de vrucht die deze wijsheid voortdurend oplevert door een proces van wording, van groei, van tevoorschijn brengen wat zich binnenin ons bevindt? ‘Zonen van de zon’ – een letterlijke waarheid! Want zoals ieder mens in de kern van zijn essentie een zon is, bestemd om in toekomstige eonen een van de menigte van sterren te worden waarmee de ruimten van de Ruimte is bezaaid, zo is de goddelijk-spirituele monade, zelfs vanaf het eerste moment dat ze haar omzwervingen door het universele Zijn begint, een embryozon en bovendien een kind van een andere zon die toen in de ruimte bestond. Inwijding brengt in de neofiet deze innerlijke, latente, stellaire energie uit de schoot van de moeder-maagd tevoorschijn, Sophia, de oude wijsheid, die tegelijk ‘moeder’, ‘zuster’, ‘dochter’ en ‘vrouw’ is van de mens-god die door inwijding aldus tot geboorte wordt gebracht. Hier ligt de sleutel tot het mysterie van de maagdelijke geboorte.

De tweede betekenis van deze oude inscriptie is de volgende: Isis, in het bijzonder in haar meer mystieke aspect van Neith of Nephthys, is het kosmische akasa, eeuwig maagdelijk en toch geeft ze altijd het aanzijn aan de universa die als juwelen aan de hemel schitteren. Uit de diepten van de Ruimte – het kosmische akasa, de maagdelijke Isis – worden de zonnen geboren; want de kosmische godin-moeder van een zonnestelsel kan men terecht laten zeggen: ‘De vrucht die ik voortbracht werd de zon.’ Zo’n zon is het zaad – net als de eikel het zaad is van een eik – voor toekomstige menigten zonnegoden. Osiris is de kosmische geest in zijn energetische aspect, tegelijk de ‘vader’, ‘broeder’, ‘echtgenoot’ en ‘zoon’ van de godin Isis, het andere aspect van de kosmische geest; net zoals de vurige levensgeest, waar die zich ook bevindt, zelfs in een zaad, de drijvende kracht is die de evolutionaire tendensen tevoorschijn brengt die innerlijk latent aanwezig zijn. Daarom wordt Osiris het kosmische zaad genoemd en Isis is zijn goddelijke moeder.

Er is een derde manier om deze diepzinnige Egyptische leer te beschouwen, waarin Isis de mystieke maan voorstelt en waarbij elk van de kinderen van de maan op weg is om een zon te worden.

Ieder van ons is een kind van de zon: daaruit kwamen we tevoorschijn in de verre eonen van het verleden en daarheen zullen we terugkeren in de verre eonen van de toekomst, maar dan als goden. Door inwijding zal, als de mens met succes de beproevingen doorstaat, zijn geest zich verheffen van de aarde via de maan en de planeten naar de portalen van de zon, doordringen tot zijn hart, dan nog dieper tot in de onzichtbare rijken en gebieden en tenslotte terugkeren naar zijn in trance verkerende lichaam dat op hem wacht en in leven werd gehouden door de verheven magie van de hiërarchie van wijsheid en mededogen. Gedurende enige tijd daarna zal zijn gelaat licht uitstralen, zal zijn lichaam een glans vertonen; en dat is de betekenis van het archaïsche gezegde dat na de trance van drie dagen ‘het gelaat van de mens straalde van luister’ en hij tevoorschijn trad alsof hij was ‘bekleed met de zon’.

Maar om door de portalen van de zon te kunnen gaan, moeten we eerst leren door de portalen van onze innerlijke god te gaan, onze innerlijke spirituele zon. Want er is inderdaad een deel van onze constitutie dat uit zonnesubstantie bestaat. Hoe zou de geest-ziel van de mens door de portalen van de meest verheven entiteit van ons zonnestelsel kunnen gaan – zelfbewust en veilig – als die geest-ziel zelf niet dezelfde essentie en substantie had als de zon? Alles wat lager is dan de zon zou bij te dichte nadering worden vernietigd. Niemand kan de zon binnengaan als hij al niet een volwassen kind van de zon is: van dezelfde essentie, van dezelfde kwaliteit of substantie, en daarom potentieel in het bezit van dezelfde titanische energie. Wij zijn eruit voortgekomen en we zullen ernaar terugkeren voordat onze pelgrimstocht in het zonnestelsel geheel is voltooid. We keren ernaar terug en dan zullen we het zonnedeel van ons afstaan aan de zon van wie we het ontvingen. Op elk van de zeven heilige planeten zullen we op weg naar de zon achterlaten wat we eraan hebben ontleend: stof aan stof, maan aan maan, Venus aan Venus, Mercurius aan Mercurius, Mars aan Mars, Jupiter aan Jupiter, Saturnus aan Saturnus, zon aan zon – en dan keert ieder terug naar zijn ouder-ster, een ‘ouder-ster’ alleen omdat hijzelf die ster is.

Bron van het Occultisme, blz. 344-51

© 2006 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag

_________________
- Amor Omnia Vincit -
- Liefde overwint alles -


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Zonneyoga van O.M.A. - Universele Witte Broederschap
BerichtGeplaatst: vr, 17/04/2009 08:53 
Offline
Avatar gebruiker

Geregistreerd op: di, 06/09/2005 15:18
Berichten: 403
Woonplaats: Ter Apel
Auteurs: Henk en Mia Leene

Zonnereligies, voorlopers van het Christendom

De zon als levensschenker van de natuur is door alle tijden heen het middelpunt geweest van verering. Reeds in Atlantis, zo'n 11.550 jaar voor onze tijd aanbad men de zon op de toppen van de piramiden.

De verering van de Atlantiërs en levenswijze werden vastgelegd in de uitbeeldingen van de Griekse goden; zij hadden kennis van het aardmagnetisme, waarop de vorm en de afmetingen van hun bouwwerken waren geïnspireerd.

Vanuit Atlantis trok hun religie naar Egypte, Griekenland, Frankrijk, Engeland, Italië, de kusten rond de Middellandse zee.

Zoals met zovele religies en overtuigingen is geschied, vervlakte in de loop der eeuwen de diepe achtergrond van het doel en bleef nog slechts over de uiterlijke vorm.

De Zon-aanbidding is gegrondvest in het vereren van het positieve scheppende principe van deze natuur; ten tweede wordt de zon gezien als een symbool van de Schepper en staat in binding met de onzichtbare geest, het kosmisch centrum; ten derde is de zon een bron van energie en tegelijkertijd een verbintenis, voor ons zonnestelsel, met trillingen daarbuiten.

De legenden vertellen dat de zon de verbreder is van de kosmische energieën, waarin de geestelijke energieën opgetast liggen en deze uitzendt in ons zonnestelsel.
Des nachts benut de maan diezelfde energieën om de groei te bevorderen.
Dat is de achtergrond van de zonnereligies.

Van voor Christus komen de verhalen over een Eerste Mens (denk aan Henoch), die zichzelf offert om de natuur en de mensheid hernieuwd leven te schenken.

In de Oosterse godsdiensten schonk deze mens uit zichzelf: Brahma = de universele geest; Agni = het vuur; Indra = de lucht.

In de Sephir Jesirah, het boek dat geschreven zou zijn door Abraham, zijn de geest - het vuur - de lucht de vormgevers of scheppers van de schepping, doordat zij zich vermengen met aarde en water van de chaos.

De universele Geest is het hoogste principe en is de Vader, de Zoon is het vuur, de Heiligende Geest, die alom is, bevindt zich in de lucht.

Dezelfde overlevering vinden we in de Indische Veda's en in de Persische Avesta. Zarathrustra was één van de vertolkers van deze alleroudste zonnereligie, met als Vader of Schepper, Ahura Mazda.

De zonnereligie moest opboksen tegen de ceremoniële, gevestigde godsdiensten, die vervlakt waren in het uiterlijke. Goden en demonen werden vereerd.

Het teruggrijpen naar een enige universele bron heeft altijd tegenstand opgeroepen, zoals o.a. ook bij Ichnaton blijkt.
Hij werd de stichter van de Aton-dienst, de zonnegod met als symbool de zonneschijf met de handen en de vleugels, Ka.
Daarvoor was de oude religie gedegenereerd tot de Amon-Rê dienst, een god in mensengestalte.
De Aton-dienst vond geen doorgang, omdat er niet tegemoet gekomen werd aan de behoefte van de mens zijn goden te vermenselijken.
Aton was bovenmenselijk, de onzichtbare God die achter de zon straalt; de onkenbare God waarover Paulus spreekt, waarover de oudste gnostieke groeperingen spreken.

Van oudsher werd getracht de mens te overtuigen van het ongevormde, bovenaardse, onkenbare en onuitsprekelijke licht.

De zon, als drager van de energie voor het leven, als schepper van het natuurlijke leven, werd het enige zichtbare symbool, waardoor de mens bepaald werd bij één krachtbron.

Als Zonen van de geestelijke zon golden o.a. Hermes, de oudste, Osiris, Mithra, Heracles, Quetzalcoatl, Christus, Orpheus, zijnde de z.g. Eerste Mensen die hun licht offerden.

Hen, die men niet historisch heeft kunnen achterhalen noemt men Zonen van de Zon, de anderen zijn de profeten van de zon. De profeten belevendigden de zonne-godsdienst.
Een Zoon van de Zon is een legendarische verbreider van geestelijk licht; een profeet van de zon is zijn navolger of iemand die de oer-zonnereligie herbelevendigd.

Daar alle overtuigingen onderhevig zijn aan menselijke invloeden, aan op- en neergangen binnen de wereld; aan de denkveranderingen der generaties, is het altijd zwaar geweest het oorspronkelijke te behouden; om het geconcentreerde gericht zijn op het ongevormde geestelijke levend te houden;

kortom: de Atlantische oerreligie viel in de loop der eeuwen uiteen in twee stromen, die nu nog herkenbaar zijn.

1. een zonnestroom, die achter alle dingen binnen de kosmos en de natuur de geestelijke Zon of de Schepper schouwt;

2. een maanstroom, die mystiek was gericht en de mens voerde tot het indalen in zichzelf om zijn ziel te zoeken.

De ritualen en gebruiken, de terminologie van de eerste zijn altijd gericht op iets verhevens BUITEN de mens; Ahura Mazda, Geestzon, Licht der Lichten.
De tweede is altijd gericht op het procesmatig geconfronteerd worden met het innerlijk; hierbij sprak men van verschrikkelijke ontmoetingen, van demonen, waanvoorstellingen enz.

Het is de meditatieve instelling, die de mens plaatst voor verschijningen in hemzelf, zowel als buiten hemzelf in de z.g. overgangssfeer.
Overal kan men vernemen dat "deze mystieke mens daar doorheen moet.

De oorspronkelijke zonnereligie is gericht op positieve levenskracht;
De maanreligie is gericht op groei, innerlijke expansie.

Vanzelfsprekend is hier sprake van een splitsen van een oorspronkelijke eenheid.

De Atlantische volkeren kenden beide vormen, zoals zon en maan bij elkander behoren, hoewel de maan nooit uit zichzelf licht geeft.

De noordelijke volkeren zochten in hun zonnereligies de geest in de kosmos, achter de verschijnselen, achter de planeten, achter de schepping.

De zuidelijke volkeren zochten dezelfde religie in de mystiek en de eigen zielediepte.

Dit is een kwestie van volksaard en de toevoer van kosmische zonnekracht.

Nog heden zien we hoe westerse en noordelijke volkeren meer gericht zijn op de grootsheid van de kosmos en de Schepper daarachter, een zoeken naar de oorsprong en het waarom.(hoofd)
Terwijl de zuidelijke volkeren meer aandacht hebben voor hun eigen zielediepten. (hart)
Hier ook weer de tweeëenheid van : positief en negatief, zon en maan, die men nooit mag scheiden.

De zonne-godsdienst vervlakte in kennis omtrent planeten, astrologie, kosmische werkingen e.d.; de maan-godsdienst ontaardde in exaltaties, geforceerde doorbraak, helderziendheid,, e.d.
Indien men niet voldoende geestkracht of positieve levenskracht bezit is een maanreligie fataal;
Bezit men niet genoeg ontvankelijkheid, maangaven, dan is een zonnereligie fataal.

In Perzië zoals o.a. met Zarathrustra vond men kosmologieën, de wijdsheid van de kosmos;
In Egypte o.a. in de onderaardse tempels vond men de z.g. inwijding met de verschrikkingen, het ontmoeten van demonen die of in zichzelf wonen of die men ontmoet in de overgangssfeer.
Het Brahmanisme was de eerste leer die weer "kennis en mystiek" samenbracht.

Alle zonnereligies (nooit de maanreligies) werden vernietigd door priesters van het veelgodendom, of, later door de gevestigde kerken van de diverse vormen van christendom, ook de Islam.

De mystiek werd nooit vervolgd, eenvoudig omdat zij in zichzelf besloten lag en zonder zon of geest geen kracht bezat.
De zonnereligies traden naar buiten, zoals de zon, wilden uitdragen.

In de voorchristelijke tijd waren er ontelbare groeperingen die spraken over de Zoon van de Zon, die hun mystieke inwijdingen hadden en aan wie de geboorte van een nieuwe Zoon van de Zon medegedeeld werd door de stand van de planeten Jupiter en Saturnus.
De planeet van begrenzing werd overwonnen door de planeet van wijsheid en etherische kracht.
Vandaar het verhaal van de drie wijzen.

De astrologie, de kosmologie en de zonnelegenden leefden in hun land van herkomst:
Mesopotamië, Perzië, Egypte, Griekenland, Zuid- en Midden Amerika.
Het zijn de volgelingen van de zon, die Christus zagen als een hernieuwer van de oude religie.
Zij baseerden hun overtuiging op de drieëenheid, Vader - schepper -- Kosmos of Chaos - Moeder -- Zoon, de opgestane, herstelde mens uit de ziel, die in de chaos is ingedaald.

De ziel wordt altijd beschouwd als het negatieve deel van de geest; de maan, die de zon (geest) nodig heeft om te kunnen stralen en leven.
Vandaar dat de mystiek altijd gevoed moet worden door de geest; alle mystieken, die spreken over meditatie e.d. waren verbonden met de geest door een innerlijke ontmoeting daarmede.
Vandaar dat alle kennis op moet komen uit de ziel, die door de geest wordt gevoed, wil deze kennis "geestelijk" zijn, zo niet dan is het intellectualiteit.

MITHRAS

De Mithra-godsdienst is één van de sterkste oplevingen geweest van de oer-zonnereligie, waarin eveneens kennis en mystiek werden verenigd.
De Mithra-overleveringen komen uit Perzië en dringen Europa binnen.
Het is een herbeleving van Zarathrustra's leer rond Ahura Mazda, die "zelf Mithra schiep".
Mithra was degene die uitging van Ahura Mazda om de mensheid te hulp te komen; hij doodde de stier, d.w.z. het demonische en gedegenereerde aardse, dat door middel van de maangodsdiensten verbreid werd.

Zarathrustra was een strever naar pure eenheid en reine geestelijke religie; hij verbood alle offeranden, het drinken van Haoma, waardoor men in mystieke vervoering raakte, werd afgeschaft.

In de Mithra-leer herkent men het monotheïsme van Zarathrustra nog, Ahura Mazda, maar de machtige Schepper, uit wie Mithras is uitgegaan werd verdrongen door Mithras, de strijder tegen het dierlijke in de mens en in de kosmos.

Zarathrustra werd vermoord in zijn vuurtempel;
De Mithra tempels werden in 400 door de Christenen vernietigd.

Mithra kwam uit Perzië naar India, toen naar Klein-Azië en in de eerste eeuw voor Chr. kwam hij naar Europa. Hij was de grote heerser vlak voor de opkomst van Christus. Hij was de god die door het volk op handen werd gedragen; de Zoon van de Zon, de God des Lichts.

De ceremoniën in het Westen ter ere van Mithras geleken op b.v. de Eucharistie, zeggen de Roomse priesters.

Er heeft zo rond het begin van onze jaartelling een felle strijd gewoed wie als Eerstgeborene, Zoon van God, Zoon van de Zon of God van de Zon de geschiedenis in zou gaan.

U weet Jezus of Chrestos ook Zoon van de Zon, Zonnegod, Heer des Lichts wordt genoemd.

Het feest van Mithras was 25 december. Hij werd als door een innerlijke magische kracht gedreven uit een steenrots opgestuwd; hij wordt de rotsgeborene genoemd, degene die uit de saturnale aarde oprijst om met zwaard en fakkel zijn boodschap te brengen.
Zwaard en fakkel zijn universele symbolen.

De populariteit van Mithras botste NOOIT met het oerchristendom, maar met de wensen van de kerkvaders.
Het oerchristendom was levend in heel de wereld als zonnereligie, de Druïden bezaten deze leer in Frankrijk, Engeland en droegen hem verder via de noordelijke landen naar Amerika, en het Oosten.

Intolerantie kennen alle godsdiensten die hun macht vinden in dogma's. Het dogma brengt onverdraagzaamheid en fanatisme mede. Voordat het dogma geboren wordt bestaan de opvattingen vredig naast elkaar.

De Oer-zonnereligie is gebaseerd op de overgave van de natuur en de mens aan zijn Schepper.
Deze is een onzichtbare God, die zichzelf bekend maakt via de werkingen van de zon EN de maan.
Oude legenden zeggen dat de ziel bij haar indalen op aarde de gaven van de zon meekreeg.

Hier weer het tweeledige principe: de geest is in haar, maar zij staat onder invloed van de maan.

In de Kathaarse verhalen wordt verteld: dat de ziel terugkeert tot de zon, als zij een poos gerust heeft op de maan. Dit is slechts symbolisch.

INDIVIDUELE ZON

Uit de legenden, uit de zonnereligies, uit de optekeningen en gebeden van de Zonen van de Zon en hun profeten, kunnen we herkennen hoe een mysterieuze werking in de mens hem drijft tot het vereren van de Zon òf tot het uit zichzelf te voorschijn roepen van zijn ziel.

Al deze mensen zijn op een merkwaardige manier, van binnenuit, verbonden met de overtuiging of het geloof in een geestelijke zon.

Soms zijn zij innerlijk gespleten, wanneer de zielekracht of zieledrang niet sterk genoeg is en dan vervalt men in intellectuele kennis of verwarrende mystiek.

Dan mist die oerschreeuw van de Pistis Sophia, of de bezieling en de ziele-extase van de mystieken of de begeestering van de goede alchemisten, die in de herschepping van de natuur een afspiegeling zagen van de herschepping van de Ziele-Mens, of Eerste Mens, de Zoon van de Zon, die indaalde en zich het licht liet ontnemen.

Men kan nooit zeggen: Zonnereligie is onjuist of maanreligie is onjuist.

Beide hebben hun vervlakkingen en afwijkingen. Één van beide te volgen leidt tot eenzijdigheid.

Het ene type mens wordt logischerwijze meer aangesproken door de kennis en de andere door de mystiek. Echter wel een bewijs dat de tweeëenheid van zon en maan in de mens uiteengevallen is; een reflectie van het uiteenvallen van de geest (zon) en de ziel (maan).

Dit is het struikelblok van alle verwarring.
Het is ook het knelpunt tussen de westerse en de oosterse leringen, hoewel beide uit één oerbron stammen. De splitsing brengt verdeeldheid en zelfs vijandelijkheid.

Mystiek en kennis staan dikwijls tegenover elkaar, hoewel zij zich verhouden als maan en zon.

Een verbintenis met de geest stelt ons in staat de ziel ermede te verenigen. De ziel trekt zich omhoog, de geest omhult ons. Dat veroorzaakt die innerlijke leegte, die tegelijkertijd volheid is.
Het is de oerbelijdenis van de oer-zonnereligie, waarin de maanreligie inbegrepen was, maar nooit een zelfstandig leven leidde.

Het belijden of welslagen van de maanreligie is het resultaat van de aanwezigheid van de zonnereligie of de geestelijke kracht IN de mens. Een kracht die, hoe dan ook, in ons gereflecteerd wordt door de ziel. Het is haar oerherinnering.

Deze reflectie drijft de mens op zoek naar de geest, in een ZONNEreligie, want de maanreligie is IN hem.

Innerlijke geestelijke zekerheid voedt de ziel.
Afwezigheid daarvan berooft de ziel van haar kracht, ze kan dan nog slechts vegeteren op wat haar als oerherinnering gebleven is. Doch zo'n vegetatie is tijdelijk, het sterft weg.

Ahura-Mazda is overal, dit te onderkennen is "weten", gnosis; hij is In de mens, dit te onderkennen is herkennen, vereniging, re-ligio.

Is alles goed dan is de vereniging buiten en binnen, omdat buiten en binnen in wezen één zijn.
Hun scheiding bezorgt de mens pijn en onrust.

De zonnereligie is de praktijk van het één-worden, ver-één-zelvigen;
De maanreligie is de praktijk van het zich overgeven, overdragen, de twee.

Geest en ziel zijn twee, maar moeten één worden terwille van de drie.

De geest zoekt de ziel, zoals de ziel zich opheft naar de geest.

De maan of het ontvankelijke zoekt niet, de maan is wachten, hopen, zij hunkert of hongert;

de zon is bewegend, neerdalend, de zon is zoeken, bewegen terwille van zijn schepping.

Alle twee uitdrukkingen zijn nodig.
Het uitsluitend positieve brengt net zoveel onheil, als het uitsluitend negatieve.
Uit hun harmonische samengaan wordt "het licht" geboren!

Zon - 1 + Maan - 2 = Jupiter - 3.

De oerreligie is de praktijk van het opladen en afgeven, waarbinnen de ziel groeit naar de geest.

_________________
- Amor Omnia Vincit -
- Liefde overwint alles -


Omhoog
 Profiel  
 
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 13 berichten ]  Ga naar pagina Vorige  1, 2

Alle tijden zijn GMT + 1 uur


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen
Je mag geen bijlagen toevoegen in dit forum

Zoek naar:
Ga naar:  
cron
Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group
phpBB.nl Vertaling