De datum van het Driekoningenfeest (Epifaniafeest).
Door: Daan Akkerman
In de meeste Christelijke kerken wordt Driekoningen jaarlijks op de 6e januari gevierd. Het doel van dit feest is er aan te herinneren, dat Jezus Christus zich aan de heidenen openbaarde, wat gebeurd moet zijn, toen de Wijzen naar Bethlehem kwamen en daar het kind Jezus vonden.
Het bijbelse verhaal vertelt het zo: "Toen liet Herodus in het geheim de wichelaars bij zich komen en nauwkeurig opgeven wanneer de ster was verschenen. Daarna zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: Gaat nauwkeurig onderzoek doen naar het kind en als gij het gevonden hebt, bericht het mij, dan wil ook ik het gaan huldigen.
Na de koning te hebben aangehoord, gingen zij op reis, en zie, de Ster die zij hadden zien opgaan ging hen voor, totdat zij bleef staan boven de plaats waar het kind zich bevond. Toen zij de Ster zagen, verheugden zij zich bovenmate en het huis binnentredend, zagen zij het kind met Maria, zijn moeder, knielden vol eerbied neer, aanbaden hem en brachten hem geschenken, goud, wierook en mirre.' (Matth. 2:7-11).
Ofschoon de aanbidding van de drie wijzen de hoofdinhoud van het huidige Driekoningenfeest vormt, was er een oudere overlevering, die met de verlichting van Jezus samenhing of met het zgn. Licht, dat aan de Jordaan verscheen ten tijde van de doop van Jezus; 6 januari gold als dag van herdenking.
De vroegste Christelijke schrijver, Clemens van Alexandrië, stelde vast dat de Basilides in het jaar 194 het feest van de doop op de 11e dag van de Egyptische maand Tobi vierden. Deze datum correspondeert met onze huidige 6e januari. De Basilides waren een der eerste gnostische groepen, en de gnostici waren vroege Christenen. Clemens schreef dat de nacht, voorafgaande aan het feest, gewijd was aan het lezen van de uitverkoren gedeelten uit de Heilige Schrift.
Tweehonderd jaar later, ten tijde van het Concilie van Nicea, was het, zo wordt verhaald, in verband met het Driekoningenfeest gebruikelijk, dat de Primaat van Alexandrië voor de kerken de datum afkondigde, waarop Pasen gevierd moest worden. Deze beide feesten waren toentertijd de beide belangrijkste. In het jaar 380 bepaalt het concilie van Saragossa in Spanje, dat 21 dagen als heilige dagen beschouwd zouden moeten worden. De data voor het vieren van deze heilige dagen lagen tussen de 17e december en de 6e januari. De geloofsbroeders hadden de opdracht zich gedurende deze periode ver te houden van vermakelijkheden en dans. Het oudst bekende Spaanse (collecte) boek met de titel "Liber Comicus" bevatte de aard der lezingen, die aan de kerken gedurende de heilige perioden waren voorgeschreven. Alle handelden over het thema van de doop, in zoverre het de doop van de Christus betrof, waarop in die vroegere eeuwen de nadruk werd gelegd en niet zijn fysieke geboorte. Zelfs nog in 386 waren, in Antiochië, Driekoningen en Pasen de beide grote Christelijke feesten. De fysieke geboorte van de Christus, thans met Kerstmis herdacht, werd toen nog niet gevierd. Er wordt verhaald, dat in het jaar 360 de Romeinse Keizer Julius de II tijdens zijn verblijf in Galilea ter kerke ging uit eerbied voor het Christelijke feest, het Driekoningenfeest, en dat was in januari.
Uit een epistel van paus Leo (zijn 18e epistel, gericht aan de bisschop van Sicilië) uit ca. 447, vernemen wij, waarom het doopfeest de geboorte van de Verlosser wordt genoemd. Het epistel geeft ook de reden aan, waarom de kerkvaders in die tijd, wanneer zij Kerstmis de geboorte van Jezus noemden, steeds eraan toevoegden "in het vlees", namelijk omdat men in Sicilië geloofde, dat de doop van Jezus de wedergeboorte door de heilige geest betekende. Met andere woorden, er werd onderscheid gemaakt tussen de fysieke geboorte van Jezus en zijn wedergeboorte.
De fysieke geboorte heette "de geboorte in het vlees" en werd tenslotte op Kerstmis gevierd; de wedergeboorte vond plaats door het neerdalen van de heilige geest, hetgeen naar men zegt gedurende de doop van Jezus in de Jordaan gebeurde. Maar waarom werd de 6e januari voor de viering van de doop van Jezus met de betekenis van de wedergeboorte gekozen? Een verklaring hiervoor kan betrekking hebben op een vele jaren geleden in Egypte gevierd feest. Een processie verzamelde zich in een tempel; verliet dan, geleid door de hogepriester, het heiligdom en volgde de Sekti of Zonneboot, gedragen op de schouders van sterke mannen. De processie vervolgde haar weg naar beneden, richting Nijl. Daar werd de Zonneboot aan de oever neergelaten en de uitwendige bedekking die de schrijn aan de blik onttrok, verwijderd. Deze ontsluiering liet het beeld van een kind zien. Terstond bogen de priesters. Dan bracht de bevolking gewijde koeken, die in de processie meegedragen waren, en legden ze voor het kind neer. Na de zegen van de priester keerde de processie in de tempel terug.
Deze ceremonie, die voor de openbaarheid was bestemd, stelde symbolisch de geboorte van het heilige kind voor. Ze betekende voor diegenen, die ingewijd waren, de mystieke geboorte.
De datum van deze viering was de 11e dag van Tobi, naar de oud Egyptische kalender berekend, een dag, die overeenkomt met de 6e januari. Epiphanus zei, dat deze dag in verschillende landen als een waterfeest werd gezien. In Egypte ging iedereen naar de Nijl, nam water uit de rivier en bewaarde het. Hij voegde er aan toe, dat het water in de winter het zuiverst was. De betekenis van Tobi lag in het opmerkzaam maken van het begin van de winter. Verwijzing naar de viering van de aanbidding der drie Wijzen uit het Oosten is nauwelijks nodig, daar dit praktisch hetzelfde is als dat wat in het oude Egypte plaats vond en overeenkomstig op de 6e januari gevierd werd.
Hoe vreemd het ook moge schijnen, maar op de wanden van een Egyptische schrijn bevindt zich een voorstelling van de aanbidding van moeder en kind door de drie Wijzen. Ofschoon niet volledig erkend, was Alexandrië een tijdlang het grootste cultuurcentrum ter wereld, zelfs groter dan Athene op zijn hoogtepunt of Rome of Byzantium, welke laatste eeuwen daarvoor het centrum van het Romeinse Rijk vormde. De geleerden zien in dat vele riten identiek zijn met degene, die in Alexandrië gedurende deze periode overheersten. Een van deze riten, de doop, wordt nog in onze dagen verricht. In Egypte werden ze in verband met de mysteriën van Isis verricht; ook dit gebruik bloeide in het gehele Romeinse Rijk. De speciale dag voor alle doopplechtigheden was de 6e januari.
Uit het voorgaande mag dan als feitenmateriaal van historische verhalen worden geregistreerd, dat het feest van de doop der Christenen eerder gevierd werd dan het Kerstfeest, welke de fysieke geboorte van de Christus vertegenwoordigt. Men kan hieruit zien, dat een tijdlang de viering van Christus geboorte op de 6e januari plaats vond, eer ze naar de 25e december verlegd werd. Zo was ook Epifania in werkelijkheid een feest, dat al vele jaren voor Kerstmis gevierd werd en voor belangrijker gold dan Kerstmis.
Nadat tenslotte de 25e december definitief als geboortedatum van Jezus was vastgesteld, verklaarden vroeg-christelijke schrijvers de zaak zo: De 25e december was de datum der fysieke geboorte van Jezus, "natalis in carne", de geboorte in het vlees. De 6e januari was de datum der spirituele geboorte door de doop, "dies natalis", de dag van de geboorte door de geest. Zo noemde paus Siricius in 385 de 6e januari "Natalicia", waarmee de verschijning, de geboortedag van de Christus wordt bedoeld.
Met betrekking tot de feesten, die gewoonlijk op de 6e januari in Alexandrië werden gehouden, beschrijft Epiphanius er een, die, zoals hij vaststelt, op de 5e of 6e januari plaatsvond, bekend als "geboorte van Eon". De zin van dit bijzondere feest wordt duidelijk, wanneer een verklaring voor "Eon" daartoe wordt gegeven. "Eon" is een gnostische uitdrukking, gebezigd voor "engelen" en hun opperheer werd Michael genoemd. De gnostici beschouwden echter ook Christus als het Hoofd van de Eonen.
Op het geboortefeest van de Eon verzamelden de gelovigen zich in de tempel van Kore (de heilige Maagd) en zongen, begeleid door een fluit, hymnen aan de godheid. Bij het naderen van de schemering vormden de feestenden een processie en daalden met brandende fakkels naar de crypte af. Van het onderaardse altaar droegen zij een draagbaar in de tempel, waarop de gestalte van een meisje gezeten was; op haar voorhoofd, handen en knieën waren kruizen te zien. Terwijl zij met hymnen, fluitspel en dans voortgingen, liepen de gelovigen zeven maal om het hoofdaltaar heen, waarna zij de beeltenis naar de crypte terugbrachten. Op deze dag, zo verklaarden de celebranten, baarde Kore (de Maagd) de "Eon".
Clemens van Alexandrië (ook bekend onder de Latijnse naam Clemens Alexandrinus) werd uit niet-christelijke ouders omstreeks 150 na Chr. in Athene geboren. De datum vam zijn dood is onbekend. Hij trad tot het Christendom toe en werd de kerkoudste van Alexandrië. Uit zijn geschriften komt naar voren, dat hij reeds eerder voor zijn toetreding, in de oude mysteriën was ingewijd. Hij is de eerste schrijver die de totale cultuur der Grieken vermeldt, evenals degenen die als christelijke ketters gekenmerkt werden in verband met wat in die tijd op het geloof der Christenheid betrekking had.
De Romeinse Keizer Julius (331-363), zoon van Julius Constantius en neef van Constantijn de Grote, werd in Constantinopel geboren en had een ongewone loopbaan. Nog als kind verloor hij zijn moeder, en in zijn jeugd zat hij een gevangenisstraf uit. In 355 werd hij naar Athene gezonden; in dat jaar werd hij ook in het Mithras geloof ingewijd. Kort daarna werd hij naar Milaan geroepen, om zijn vader met de regering te helpen. Hij werd met de regering in Galilea belast en kreeg de titel Caesar. In 360 riepen de soldaten hem tot Keizer uit, en met de dood van zijn vader in 361 werd hij alleenheerser van het Romeinse Rijk. Met de overname van deze positie werd Julius, Pontifex Maximus (het religieuze hoofd van het rijk) en stelde, omdat hij het Mithras geloof openlijk had aangenomen, de staatsreligie dienovereenkomstig in. Daarvandaan werd hij "Apostata" genoemd. Gedurende een veldtocht tegen de Perzen in 363 werd hij door een van zijn aanhangers dodelijk gewond.
Epiphanius (315 - 402) werd in Bezanduca, een dorp in Palestina, geboren. Hij aanvaardde het Christendom en werd een ijverig voorvechter van het geloof. Hij is bekend om zijn argumenten, die hij tegen de zogenaamde Ketters uitbracht. Zijn hoofdwerk, "Panarion", is een verhandeling over Ketterijen. Een voorbeeld: Hij zag Origenes en zijn aanhangers als de voornaamste vertegenwoordigers van de Ketterij. In 367 werd hij tot bisschop van Constantia of Salamis benoemd, een positie, die hij tot zijn dood bekleedde. Hij verklaarde: "De 6e januari is de dag van de geboorte Christi, d.w.z. de Epifanie".
Er wordt dikwijls de vraag gesteld: "Waarom wordt het Epifaniafeest "de twaalfde dag" genoemd? Wanneer men over deze vraag nadenkt, volgen interessante opmerkingen. Ten eerste zij aangestipt, dat het getal 'twaalf' betekenisvol is. Het was het getal 'par excellence' voor de Pythagoreërs in verbinding met de dodecaëder, dat al hun begrippen in uittreksel omvat. In het dagelijks gebruik is het in de twaalf uren van de dag en de nacht aanwezig; verder in de twaalf maanden van het jaar en in de twaalf tekens van de dierenriem.
Met betrekking tot deze speciale vraag is de 6e januari de twaalfde dag na de 25e december. Dit is nl. de reden om de Epifanie (Driekoningen) de twaalfde dag of de twaalfde nacht te noemen, zoals het somtijds gebeurt. In de tijd toen de Juliaanse kalender werd ingevoerd werd het Epifaniafeest veertien dagen na de winterzonnestilstand gevierd, waardoor het op de 6e januari viel. Met de wijziging van de kalender door het Edict van paus Gregorius - het begin van de Gregoriaanse kalender - viel de veertiende dag na de winter zonnestilstand op de 4e januari. Dit zou de juiste datum voor de Epifaniaviering zijn, overeenstemmend met onze tegenwoordige tijdrekening. Toch werd in de loop der eeuwen de esoterische betekenis van de tijdfactor bij het bepalen van de Epifanie ogenschijnlijk vergeten, en toen de nieuwe kalender werd vastgesteld, bleef het met het feest bij de 6e januari, in plaats van het naar de 4e januari te verplaatsen. Sindsdien wordt het als de 'twaalfde' dag gevierd, twaalf dagen na Kerstmis.
Aangezien wij de vraag hebben gesteld naar de betekenis van de tijdfactor in samenhang tot Epifania is het toch logisch te vragen: "Wat is de esoterische betekenis met betrekking tot het tijdvak van dit feest?"
In de oude mysteriën vond de hoofdinwijdingscyclus ten tijde van de winterzonnestilstand plaats, hetgeen tegenwoordig met de 21e/22e december overeenkomt. Dit gold voor geheel de oude wereld, waar steeds de mysteriën gevierd werden: in Egypte, Griekenland, Perzië, India, Chaldea, zowel als in het nabije Oosten, in Syrië, de streek, waarin het Christusverhaal geplaatst wordt. De mysteriën waren in Kleine en Grote ingedeeld. De kleine mysteriën duurden drie dagen; aan het einde daarvan werd degene, die de inwijding onderging, voor wedergeboren verklaard.
In zekere landen werd de initiant op een kruisvormig bed gelegd, hetgeen de kruisiging symboliseerde. Men interpreteerde dit als de dood van de materie en de opstijging tot het geestelijke, wanneer de initiant zich na drie dagen van het bed had verheven. In de grotere cyclus, die door de grote mysteriën wordt aangeduid, duurde de inwijdingsperiode veertien dagen en verzinnebeeldde de volledige wedergeboorte. Zo kwam het dat de kleinere inwijdingscyclus van drie dagen met het Kerstfeest verband hield, welke drie dagen na de zonnestilstand plaatsvond. De grote inwijdingscyclus vertegenwoordigde de Epifanie en wel veertien dagen na de winterzonnestilstand.
Bron: Geoffrey A. Barborka.